| Beschikbaarheid: | |
|---|---|
| Aantal: | |
Klinisch relevant – Twee modellen leggen belangrijke menselijke EoE-kenmerken vast: eosinofiele infiltratie, Th2-ontsteking en epitheeldisfunctie.
Mechanismediversiteit – het IL-33-model weerspiegelt de door alarm veroorzaakte Th2-reactie; Het OXA-model vertegenwoordigt door hapteen geïnduceerde allergische ontstekingen.
Kwantificeerbare eindpunten – Lichaamsgewicht, slokdarmgewicht, serum-IgE, aantal eosinofielen in bloed en slokdarm, histopathologische scores (HE), granulocytenanalyse.
Translationele waarde – Ideaal voor het testen van anti-IL-5, anti-IL-13, anti-IL-33, JAK-remmers en steroïdesparende therapieën.
IND-ready datapakketten – Onderzoeken kunnen worden uitgevoerd volgens GLP-principes.
IL-33 geïnduceerd C57BL/6 EoE-model

OXA-geïnduceerd C57BL/6 EoE-model

• Werkzaamheidstesten van biologische geneesmiddelen (anti-IL-5, anti-IL-13, anti-IL-33, anti-Siglec-8), JAK-remmers en corticosteroïden
• Doelvalidatie voor Th2-routes en rekrutering van eosinofielen
• Ontdekking van biomarkers (IgE, van eosinofielen afkomstige mediatoren, cytokines)
• Onderzoek naar werkingsmechanismen (MOA) voor eosinofiele aandoeningen
• Farmacologische onderzoeken die IND mogelijk maken
Parameter |
IL-33 geïnduceerd EoE-model |
OXA-geïnduceerd EoE-model |
Deformatie |
C57BL/6 muis |
C57BL/6 muis |
Inductiemethode |
Recombinant IL-33 (ip of intranasaal), meerdere doses gedurende 5–14 dagen |
Sensibilisatie van de huid met OXA gevolgd door intraluminale OXA-uitdaging |
Studieduur |
7–21 dagen |
10–18 dagen (sensibilisatie + uitdaging) |
Belangrijkste eindpunten |
Lichaamsgewicht, slokdarmgewicht, serum IgE, eosinofielenaantallen in bloed en slokdarm (flowcytometrie), HE-kleuringsscore, granulocytenanalyse |
Aantal eosinofielen in de slokdarm, serum IgE, HE-kleuringsscore, slokdarmhistopathologie, Th2-cytokineniveaus (IL-4, IL-5, IL-13) |
Datapakket |
Ruwe gegevens, analyserapporten, flowcytometriebestanden, histologiedia's (HE), bio-informatica (optioneel) | |
Vraag: Wat zijn de verschillen tussen de door IL-33 en OXA geïnduceerde EoE-modellen?
A: Het IL-33-model activeert direct groep 2 aangeboren lymfoïde cellen (ILC2's) en drijft Th2-ontsteking aan via alarm-in-signalering, wat epitheel-afgeleide cytokine-aangedreven EoE nabootst. Het OXA-model is een hapteen-geïnduceerd overgevoeligheidsmodel van het vertraagde type dat Th2-cellen activeert door middel van antigeenpresentatie, wat door allergeen geactiveerde EoE vertegenwoordigt.
Vraag: Welk model is het beste voor het testen van anti-IL-33-therapieën?
A: Het door IL-33 geïnduceerde model is de meest directe keuze voor het evalueren van remmers van de IL-33/ST2-route. Het OXA-model is beter geschikt voor het testen van bredere immunomodulatoren die zich richten op T-celactivatie en Th2-cytokinen.
Vraag: Kunnen deze modellen worden gebruikt voor onderzoeken die de IND mogelijk maken?
EEN: Ja. Studies kunnen worden uitgevoerd in overeenstemming met de GLP-principes voor indieningen bij de regelgevende instanties (FDA, EMA).
Vraag: Biedt u op maat gemaakte onderzoeksprotocollen aan (bijvoorbeeld verschillende doseringsschema's, combinatie met voedselallergeen)?
EEN: Absoluut. Ons wetenschappelijk team stemt inductieprotocollen, behandelschema's en eindpuntanalyses af op uw specifieke kandidaat-geneesmiddel.