| Beschikbaarheid: | |
|---|---|
| Aantal: | |
Klinische relevantie - CCL4-geïnduceerde cirrose lijkt op ziekten bij de mens, met progressieve fibrose, overbruggende septa en vorming van cirrotische knobbeltjes.
Goed gekarakteriseerde eindpunten – gewichtsmonitoring, qPCR-analyse van fibrose en ontstekingsmarkers (Colla1, IL-6, IL-10), grove leverpathologie, histopathologie (H&E, Masson trichrome).
Mechanisme aangedreven – CCL4 produceert reactieve metabolieten die leiden tot hepatocytnecrose, ontsteking en afgifte van profibrotische cytokines.
Translationele waarde – ideaal voor het testen van antifibrotische medicijnen, hepatoprotectieve medicijnen en therapieën die zich richten op ontstekingen en fibrose.
IND Ready Packet – Onderzoek kan worden uitgevoerd volgens GLP-principes
CCl4-geïnduceerd levercirrose-rattenmodel

• Werkzaamheidstesten van antifibrotische geneesmiddelen (pirfenidon, nintedanib, TGF-β-remmers, galectine-3-remmers)
• Evaluatie van hepatoprotectieve geneesmiddelen en ontstekingsremmende stoffen
• Doelvalidatie van fibrotische routes (collageensynthese, stellaatcelactivatie)
• Ontdekking van biomarkers (fibrosemarkers, ontstekingsmediatoren)
• Farmacologische en toxicologische onderzoeken ter ondersteuning van de IND
domein |
Specificatie |
Soort/stam |
vista rat |
inductie methode |
Herhaal orale maagsonde of intraperitoneale injectie van tetrachloorkoolstof (CCL4) in olijfolie, 2-3 keer per week gedurende 8-12 weken |
studie tijd |
8–14 weken (inductie + behandelfase) |
kritisch eindpunt |
Lichaamsgewicht, bruto leverpathologie (gewicht, uiterlijk), qPCR voor fibrosemarkers (Colla1, TIMP1, TGF-β) en inflammatoire cytokines (IL-6, IL-10, TNF-α), serumbiochemie (ALT, AST, ALP, albumine, bilirubine), histopathologie (H&E, Masson trichrome, Sirius Red), hydroxyprolinegehalte (optioneel) |
pakket |
Ruwe gegevens, analyserapporten, qPCR-gegevens, klinische chemie, histologiedia's (H&E, Masson), grove pathologiebeelden, bio-informatica (optioneel) |
Vraag: Hoe veroorzaakt CCL4 levercirrose bij ratten?
Antwoord: CCL4 wordt metabolisch geactiveerd door cytochroom P450 in levercellen, waarbij zeer actieve vrije radicalen (vrije radicalen van trichloormethyl) worden geproduceerd, waardoor lipideperoxidatie, hepatocytnecrose en ontstekingen worden veroorzaakt. Herhaaldelijke verwonding leidt tot stellaatcelactivatie, overmatige afzetting van extracellulaire matrix en progressieve fibrose, wat uiteindelijk leidt tot cirrose.
Vraag: Wat zijn de belangrijkste overeenkomsten met cirrose bij de mens?
A: Dit model vertoont progressieve fibrose, overbruggende septa, vorming van cirrotische knobbeltjes, portale hypertensie en biochemische afwijkingen (verhoogde leverenzymen, hypoalbuminemie) vergelijkbaar met die waargenomen bij menselijke cirrose.
Vraag: Kan dit model worden gebruikt voor IND-ondersteuningsonderzoeken?
Antwoord: Ja. Studies kunnen worden uitgevoerd volgens de GLP-principes voor indieningen bij de regelgevende instanties (FDA, EMA).
Vraag: Biedt u op maat gemaakte onderzoeksprotocollen aan (bijvoorbeeld verschillende CCL4-doses, toedieningsroutes, combinaties met andere stimuli)?
Antwoord: Natuurlijk. Ons wetenschappelijk team past CCL4-doseringsregimes, behandelplannen en eindpuntanalyses aan op basis van uw specifieke kandidaat-geneesmiddel.