| Beschikbaarheid: | |
|---|---|
| Aantal: | |
Klinisch relevant – CCl4-geïnduceerde fibrose is een recapitulatie van menselijke leverfibrose met progressieve afzetting van extracellulaire matrix en leverdisfunctie.
Uitgebreide eindpunten – Lichaamsgewicht, serum-ALT en AST (markers voor leverschade), histopathologie van de lever (HE, Masson trichrome, Sirius Red), fibrosescore.
Reproduceerbaar en goed gekarakteriseerd – Veel gebruikt model met gevestigde protocollen en hoge reproduceerbaarheid in experimenten.
Translationele waarde – Ideaal voor het testen van antifibrotische middelen (nintedanib, pirfenidon), antioxidanten en hepatoprotectieve stoffen.
IND-ready datapakketten – Onderzoeken kunnen worden uitgevoerd volgens GLP-principes.
CCl4-geïnduceerd C57BL/6-leverfibrosemodel

• Werkzaamheidstesten van antifibrotische middelen (nintedanib, pirfenidon, TGF-β-remmers, galectine-3-remmers)
• Evaluatie van hepatoprotectieve medicijnen, antioxidanten en ontstekingsremmende stoffen
• Doelvalidatie voor fibroseroutes (collageensynthese, activatie van stellaatcellen)
• Ontdekking van biomarkers (collageenmarkers, leverenzymen, ontstekingsmediatoren)
• Farmacologische en toxicologische onderzoeken die IND mogelijk maken
Parameter |
Specificatie |
Soort/stam |
C57BL/6 muis |
Inductiemethode |
Intraperitoneale injectie van tetrachloorkoolstof (CCl4, 0,5–1,0 ml/kg in olijfolie), 2 keer per week gedurende 4–8 weken |
Studieduur |
4–10 weken (inductie + behandelfase) |
Belangrijkste eindpunten |
Lichaamsgewicht, serum-ALT- en AST-waarden (klinische chemie), leverhistopathologie (HE, Masson trichrome, Sirius Red met fibrosescore), optioneel: hydroxyprolinegehalte, serumalbumine/bilirubine, immunohistochemie (α-SMA, collageen I) |
| Positieve controle | Nintedanib of pirfenidon beschikbaar als referentie-antifibrotische verbindingen |
Datapakket |
Ruwe gegevens, analyserapporten, klinische chemie, histologiedia's (HE, Masson, Sirius Red), bio-informatica (optioneel) |
Vraag: Hoe induceert CCl4 leverfibrose?
A: CCl4 wordt gemetaboliseerd door cytochroom P450-enzymen in hepatocyten om zeer reactieve trichloormethylradicalen te produceren, die lipideperoxidatie, hepatocytnecrose en ontsteking veroorzaken. Herhaald letsel leidt tot activatie van stellaatcellen, overmatige afzetting van extracellulaire matrix en progressieve leverfibrose.
Vraag: Wat zijn de belangrijkste overeenkomsten met menselijke leverfibrose?
A: Het model vertoont progressieve afzetting van collageen, verhoogde serumtransaminasen (ALT, AST) en histopathologische veranderingen (overbruggende fibrose, vorming van pseudolobuli) die sterk lijken op menselijke leverfibrose.
Vraag: Kan dit model worden gebruikt voor onderzoeken die de IND mogelijk maken?
EEN: Ja. Studies kunnen worden uitgevoerd in overeenstemming met de GLP-principes voor indieningen bij de regelgevende instanties (FDA, EMA).
Vraag: Biedt u op maat gemaakte onderzoeksprotocollen aan (bijv. verschillende CCl4-doses, toedieningsroutes, behandelingstijdstip)?
EEN: Absoluut. Ons wetenschappelijk team stemt CCl4-doseringsregimes, toedieningsschema's en eindpuntanalyses af op uw specifieke kandidaat-geneesmiddel.
Vraag: Wat is de typische tijdlijn voor een pilotstudie naar de werkzaamheid?
A: Pilotstudies duren doorgaans vier tot acht weken met CCl4-inductie, waarbij de behandeling gelijktijdig of na het ontstaan van de fibrose wordt toegediend.
inhoud is leeg!